ECLI:NL:GHDHA:2026:2181
Gerechtshof Den Haag
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling beperkte gemeenschap van goederen en echtelijke woning
Partijen zijn gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen en zijn in hoger beroep gekomen tegen de verdeling van de echtelijke woning en de vergoedingsrechten. De rechtbank had de woning primair aan de man toegewezen, maar de vrouw betwistte dit en stelde dat zij als eerste de woning zou moeten kunnen overnemen.
Het hof stelt als peildatum voor de waardering van de woning de datum van deze uitspraak in hoger beroep vast en gaat uit van een waarde van € 755.000,-. Na afweging van belangen oordeelt het hof dat het belang van de man bij toedeling van de woning zwaarder weegt dan dat van de vrouw. De woning wordt aan de man toegewezen onder voorwaarden, met een regeling voor het geval hij de woning niet kan overnemen, en bij geen overname verkoop aan een derde.
Verder oordeelt het hof over vergoedingsrechten van de man voor aflossing van een overbruggingslening en privé-investeringen, stelt een regresvordering vast ten gunste van de vrouw voor hypotheekaflossingen, en wijst een bedrag toe wegens benadeling van de gemeenschap door de vrouw. De inboedel wordt verkocht en verdeeld. Het hof laat de man toe bewijs te leveren over de vermeende onttrekking van sieraden door de vrouw en wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid af.
Uitkomst: Het hof wijst de woning toe aan de man met voorwaarden, stelt vergoedingsrechten vast, laat bewijslevering toe over verdwenen sieraden en wijzigt de verdeling van de inboedel.