Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 februari 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- wijzigt de beschikking aldus dat de vastgestelde waarde wordt verminderd tot € 438.000;
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen tot een berekend naar een waarde van € 438.000;
- vermindert de aanslag watersysteemheffing tot een berekend naar een waarde van € 438.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.126,26;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51 aan eiser te vergoeden;
- draagt verweerder op om de toegekende proceskosten en het griffierecht (ingevolge artikel 30a, vierde en vijfde lid, Wet WOZ) te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiser.”
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze de beslissing ten aanzien van de vaststelling van de proceskostenvergoeding betreft;
- draagt de Heffingsambtenaar op de proceskostenvergoeding, vastgesteld op € 1.813,76, aan belanghebbende te vergoeden; en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor het overige.