Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het hoger beroep
€ 800,-.
bekrachtigd.
Gerechtshof Den Haag
Appellant is bij vonnis van de rechtbank Rotterdam onder de schuldsaneringsregeling geplaatst, welke later op verzoek van de bewindvoerder is beëindigd wegens niet-nakoming van verplichtingen. Appellant stelde dat hij geen verwijt treft omdat hij vrijstelling van sollicitatieplicht zou hebben en dat nieuwe schulden voortkwamen uit onterechte intrekking van zijn uitkering.
De bewindvoerder stelde dat appellant nog steeds niet aan kernverplichtingen voldoet, zoals het aanleveren van informatie, het overleggen van sollicitatiebewijzen en het afdragen aan de boedel. Tevens is sprake van een boedelachterstand en nieuwe schulden, zonder voorstel tot inlossing.
Het hof oordeelt dat appellant tekort is geschoten in zijn informatie- en inspanningsverplichtingen en dat het niet aannemelijk is dat hij bij verlenging van de regeling wel zal voldoen. Hoewel appellant beschermingsbewind afwijst, acht het hof dit in zijn belang om zijn financiële situatie te ordenen.
Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bevestigd en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen.