Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 16 mei 2025, waarmee de man in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 9 april 2025 (hierna: het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven van de man, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van de vrouw, met bijlagen;
- het journaalbericht van 13 maart 2026 met als bijlage een brief van diezelfde datum met bijlage, en het journaalbericht van 18 maart 2026, die de man ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
- partijen hebben geen huwelijkse voorwaarden opgemaakt, noch een geldige rechtskeuze gedaan, zodat door het sluiten van het huwelijk op [datum] 1971 een algehele gemeenschap van goederen tot stand is gekomen op grond van de wet, zoals die tot 1 januari 2018 gold. Deze gemeenschap is ontbonden door de echtscheiding op [datum] 1981;
- na de echtscheiding hebben partijen dertien jaar samengewoond zonder samenlevingsovereenkomst. In deze periode bestond er tussen partijen geen algehele gemeenschap van goederen (met uitzondering van de ontbonden huwelijksgemeenschap), maar konden wel beperkte gemeenschappen ontstaan;
- in 1994 hebben partijen een samenlevingsovereenkomst gesloten die aldus moet worden uitgelegd – zoals in het bestreden vonnis is beslist en tegen welke beslissing geen grief is gericht – dat partijen een beperkte gemeenschap tot stand hebben gebracht, die bestaat uit de goederen genoemd in artikel 5 van Pro de samenlevingsovereenkomst.
NJ1982, 503) niet geldt, ii) de samenlevingsovereenkomst geen grondslag biedt omdat de man die heeft opgezegd en het de bedoeling van partijen is geweest dat de vrouw enkel aanspraak maakt op de pensioenrechten als de man zou overlijden, iii) er geen sprake is geweest van stilzwijgende overeenstemming over de pensioenrechten, iv) het voldoen van de helft van de aanspraken op de pensioenrechten door de man aan de vrouw in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De vrouw heeft de stellingen van de man gemotiveerd weersproken.
7.Beslissing
- compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;