ECLI:NL:GHDHA:2026:2291
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- L.D.M.A. Reijs
- W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning uit 2009 met een woonoppervlakte van 124 m2, gelegen op een perceel van 135 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het jaar 2023 vast op €487.000, welke na bezwaar werd verlaagd naar €475.000. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met matrices waarin vergelijkingsobjecten van hetzelfde type en uit dezelfde wijk werden opgenomen. De rechtbank en het hof oordeelden dat de vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar zijn en dat de waardebepaling op basis van verkoopprijzen en correcties voor verschillen in gebruiksoppervlakte en doelmatigheid voldoende aannemelijk is gemaakt.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog is vastgesteld en dat de wortelformule onjuist is toegepast, maar het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met het afnemend grensnut van extra woonoppervlakte en dat de toepassing van de wortelformule niet wettelijk verplicht is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 10 juni 2026 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.