Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 14 augustus 2024, waarmee Gohealth in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2024;
- het arrest van dit hof van 22 oktober 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 december 2024;
- de memorie van grieven van Gohealth;
- de memorie van antwoord van Studio Miran tevens incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in het incidentele hoger beroep;
- de akte na partijberaad van Gohealth;
- de antwoordakte van Studio Miran;
- de producties 1 tot en met 26 van Studio Miran;
- de producties 1 tot en met 40 van Gohealth.
3.Feitelijke achtergrond
- een intentieovereenkomst (LOI) met een precontractueel informatiedocument (PID),
- een franchiseovereenkomst,
- een allonge bij de franchiseovereenkomst;
- een overeenkomst van geldlening (van € 20.000,-), met Gohealth als leninggever en
Studio Miran (Gohealth Clubs Capelle aan de IJssel) als leningnemer.
“1.3 In algemene zin geldt dat Franchisenemer na ondertekening LOI en PID en
zijn overeengekomen (…)
zijn overeengekomen vanaf 1 maart 2022 tot (..)
4.Procedure bij de rechtbank
I. een verklaring voor recht dat Studio Miran de franchiseovereenkomst en de daarmee verbonden allonge rechtsgeldig heeft vernietigd, dan wel vernietiging van deze overeenkomsten;
II. een verklaring voor recht dat Gohealth onrechtmatig jegens Studio Miran heeft gehandeld en dat Gohealth gehouden is de schade van Studio Miran te vergoeden;
III. veroordeling van Gohealth tot betaling aan Studio Miran van € 43.500,-, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente met ingang van 19 juli 2023;
IV. veroordeling van Gohealth om aan Studio Miran haar schade te vergoeden ‘op te maken bij staat;
V. veroordeling van Gohealth in de proceskosten van Studio Miran.
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
De totstandkoming franchiseovereenkomst, afwijking ten nadele? (grieven 1 en 2 van Gohealth)
Bij de beoordeling of de toepassing van een wettelijke regel in een bepaald geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:2 lid 2 BW Pro of art. 6:248 lid 2 BW Pro) dient de rechter terughoudendheid te betrachten. Dit geldt te meer indien het gaat om een regel van dwingend recht. Als in de wettelijke regel al een afweging van belangen door de wetgever besloten ligt, zal een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ten aanzien van die belangen alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen slagen (HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1374; rov. 3.2.1).
II2019/20, 35392, nr. 3, p. 49-50). Dit betekent dat slechts in bijzondere of uitzonderlijke omstandigheden het beroep op vernietiging door de franchisenemer onaanvaardbaar geoordeeld kan worden. Ook misbruik van recht kan niet licht, en in elk geval niet met het enkele verzuim de franchisegever binnen bekwame tijd in te lichten over het beroep op vernietiging, worden aangenomen.
in beginselrecht op terugbetaling van de gevorderde entreefee, franchisefee en ledenfaciliteit-vergoeding. Daar staat tegenover dat de tegenprestaties van Gohealth ongedaan gemaakt moeten worden. Voor zover dat niet mogelijk is, treedt op grond van artikel 6:210 lid 2 vergoeding Pro van de waarde van die onverschuldigd verrichte prestaties in de plaats van ongedaanmaking, mits dit redelijk is en, voor zover hier van belang, indien de ontvanger erin had toegestemd een prestatie te verrichten.
(4.18) In een situatie als de onderhavige, waarin de franchisenemer tegen betaling diensten afneemt van de franchisegever, kan uitgangspunt zijn dat het betaalde bedrag overeenkomt met de waarde van de door de franchisegever geleverde diensten. De overeengekomen vergoeding is de prijs die de afnemer bereid is te betalen voor het product van de wederpartij. Een entreefee en een franchisefee zijn in dat verband de gebruikelijke componenten voor het bepalen van de waarde van de diensten van de franchisegever. Onder omstandigheden is denkbaar dat dit anders is. Zo heeft Studio Miran, gesteld dat de prestaties van Gohealth voor haar geen enkele waarde hebben gehad. Zij heeft dat standpunt echter niet geconcretiseerd, hetgeen wel van haar had mogen worden verwacht. Niet gesteld of gebleken is bijvoorbeeld dat de entreefee en de franchisefee ongebruikelijk hoog waren. Naar het oordeel van de rechtbank moet het er daarom voor worden gehouden dat de waarde van de door Gohealth geleverde prestaties moet worden bepaald op de omvang van de door Studio Miran betaalde entreefee en franchisefee. In dit verband moet worden bedacht dat het gaat om de waarde van de door Gohealth geleverde prestaties op het moment van de ontvangst daarvan door Studio Miran en dus niet om de waarde die zij daar achteraf aan hecht. De rechtbank acht het verder redelijk dat een waardevergoeding tot dit bedrag in de plaats treedt van een vordering tot ongedaanmaking. Daarbij acht de rechtbank van belang dat Studio Miran gedurende anderhalf jaar gebruik heeft gemaakt van de diensten van Gohealth en ook dat Studio Miran niets concreets heeft gesteld ter onderbouwing van haar (kennelijke) standpunt dat het aan Gohealth te wijten zou zijn dat zij na die anderhalf jaar genoodzaakt was haar onderneming te verkopen.”
‘dat de mogelijkheid van schade als gevolg van het onrechtmatig handelen van Gohealth aannemelijk is’. Ook het hof acht deze mogelijkheid aanwezig. Het door Gohealth gestelde maakt dit niet anders.
Studio Miran op:
Totaal € 6.867,-.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2024;
- veroordeelt Gohealth in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep, aan de zijde van Studio Miran begroot op € 6.867,-; bepaalt dat als Gohealth niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Gohealth de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- veroordeelt Studio Miran in de kosten van het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van Gohealth begroot op € 1.290,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten, indien Studio Miran deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.