Uitspraak
gevestigd te Ermelo,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
Betaling aanzegvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 oktober 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om aanspraak te maken op de aanzegvergoeding zoals bedoeld in artikel 7:668 lid 3 BW Pro, indien de werkgever de mededeling mondeling heeft gedaan en de werknemer daardoor geen nadeel heeft ondervonden.
Maxs NL B.V. had de werknemer mondeling op 30 oktober 2019 geïnformeerd dat de arbeidsovereenkomst per 1 december 2019 niet zou worden verlengd, maar had dit niet schriftelijk bevestigd. De werknemer had per 1 december 2019 reeds een andere baan gevonden en stelde geen nadeel te hebben geleden door het ontbreken van een schriftelijke aanzegging. De kantonrechter wees het verzoek tot aanzegvergoeding af, maar het hof oordeelde dat Maxs niet had bewezen dat zij de schriftelijke aanzegging had gedaan en veroordeelde tot betaling van de aanzegvergoeding.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en benadrukt dat de aanzegplicht een regel van dwingend recht is, die de positie van de werknemer beschermt door tijdige schriftelijke duidelijkheid te verschaffen. De aanzegvergoeding heeft een prikkelende werking om naleving van deze plicht af te dwingen. Zelfs indien de werknemer geen nadeel heeft geleden doordat de aanzegging mondeling was, blijft de vergoeding verschuldigd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Maxs en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de aanzegvergoeding verschuldigd blijft ondanks mondelinge aanzegging zonder nadeel voor de werknemer.