Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
Al met al zijn er verschillende (vooral organisatorische) belemmeringen die maken dat een vervolg nu lastig is. Tegelijkertijd ligt er onze constatering dat de inzet wel van belang is voor de wijk én De Nieuwe Nachtegaal. Voor nu zoeken we daarom naar een tussenvorm voor de Hulpdesk waarin we de ondersteuning kunnen doorzetten, maar wel in een vorm die past bij de ruimte die er op dit moment is. Graag willen we met je kijken hoe zo’n vorm eruit kan zien en wat nodig is om deze te realiseren. Is dat ok voor jou?”
Gezien de wens om te zoeken naar een manier om de Hulpdesk te kunnen continueren kun je niet communiceren dat het stopt. De boodschap die je wilt delen met je netwerk past wat ons betreft ook niet bij je rol als opdrachtnemer. We gaan er dan ook vanuit dat je vragen van partners over het vervolg zult doorverwijzen naar het bestuur.”
4.Procedure bij de rechtbank
5.Verzoek in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
[verzoekster] heeft verwijtbaar gehandeld
Website is gekoppeld aan Elementor, besturingssysteem Hiervoor heb ik creditcard gegevens nodig om om te zetten. Wanneer ik deze heb ontvangen, zal ik deze invoeren, zodat mijn creditcard gegevens eruit kunnen. Wanneer deze er niet zijn, ben ik genoodzaakt het account te annuleren. (…) Het mailprogramma Brevo is ook verbonden aan mijn creditcard. Ook daarvoor ontvang ik graag creditcard gegevens, zodat het ingevoerd kan worden. Zoniet, dan annuleren we dit account. Je kunt dan een mailprogramma kiezen om te gebruiken.” Deze e-mail houdt geen duidelijke waarschuwing in dat zonder nieuwe creditcardgegevens ook al de e-mailadressen verloren zouden gaan, terwijl uit de verklaring van [verzoekster] op de zitting bij het hof volgt dat zij toen wel al wist dat die gegevens verloren zouden gaan bij ontkoppeling van haar creditcard zonder koppeling van een nieuwe creditcard. Een dergelijke duidelijke waarschuwing had van haar als goed werknemer wel verwacht mogen worden.
ernstig verwijtbaarin de zin van artikel 7:673 lid 7 BW aan te merken, nu [verzoekster] op geen enkele manier de belangen van de de Stichting voor ogen heeft gehouden. Het gaat daarbij om zowel het handelen van [verzoekster] rondom Casa C als het door toedoen van [verzoekster] verloren gaan van het e-mailadressenbestand.
zoals per mail aangekondigd (…) wil het bestuur in gesprek met [verzoekster]om de ontstane frictie weg te nemen. De agenda is als volgt (…) Een groot struikelblok voor haar[hof: [verzoekster] ]
is de wens van het bestuur om haar te laten werken vanuit een functieprofiel. Dat de voorzitter haar uitnodigde voor een functioneringsgesprek versterkt haar beleving dat dit bedoeld is om haar tegen te werken. Ze benadrukt daarbij dat ze al jaren zonder functieprofiel heeft gewerkt. In haar ogen is een functieprofiel dan ook niet nodig. Opnieuw benadrukt het bestuur dat het verleden en haar verdienste daarin voor De Nieuwe Nachtegaal niet ter discussie staan, maar dat het gaat om een toekomst waarin vermoedelijk vanuit 2 locaties zal worden gewerkt en dus een andere verdeling van inzet nodig is. (…) [verzoekster] stelt dat het bestuur te weinig toevoegt aan de Nieuwe Nachtegaal. Om die reden kan van een herbenoeming in 2025 van de leden geen sprake zijn. Ze hecht eraan te benoemen dat [naam voormalig penningmeester]z’n rol als bestuurslid al ter beschikking heeft gesteld, maar dat dit nog niet zwart-op-wit is gesteld. Die bevestiging wil ze schriftelijk ontvangen. Het bestuur deelt haar interpretatie van rollen en verantwoordelijkheden niet en stelt eindverantwoordelijk te zijn en daarnaar te handelen. Ook stelt het bestuur dat benoemingen van bestuursleden behoren tot het mandaat van het bestuur. Tot een gedeelde opvatting over de verantwoordelijkheden komt het niet.”
[verzoekster] wil graag een vierde dag werken als sociaal coördinator (SC) in de NN. Het bestuur heeft aangegeven daar welwillend tegenover te staan, maar wil wel doorspreken wat de inhoud van die extra tijd zal zijn”. Verder heeft zij in dit verband naar een e-mail van de voorzitter van de Stichting aan [verzoekster] van 19 april 2024 verwezen, waarin de voorzitter aan [verzoekster] schrijft dat in oktober 2023 een subsidieaanvraag is gedaan waarin rekening is gehouden met een uitbreiding van de inzet op het beheer en dat er over gesproken moest worden hoe de extra inzet zou worden ingevuld. Verder schrijft de voorzitter in die e-mail: “
De inzet dit jaar betreft immers 1 fte, waarvan jij uitspreekt er 0,8 te willen invullen. Daarmee is hoe dan ook de vraag voor ons als bestuur hoe we ermee omgaan dat nog iemand anders nodig is om de formatie in te vullen. Op basis van de afspraken die jij met ons als bestuur maakt over je takenpakket en verantwoordelijkheid kunnen we bepalen hoe dit in te vullen. Momenteel wordt [naam 2] op zzp-basis daarvoor ingezet, maar als we echt willen voorbereiden op een overstap naar de Huismanstraat dan is het heel goed denkbaar dat we die tijd en/of [naam 2] op een andere manier moeten inzetten. Of niet, maar nu hebben we geen onderbouwing daarvoor, behalve ons gevoel. Dat is een onvoldoende basis en dus vinden wij als bestuur dat een profiel wenselijk is.”
7.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 21 januari 2025;
- veroordeelt [verzoekster] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de Stichting begroot op € 3.433,-;
- bepaalt dat als [verzoekster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verzoekster] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevraagd.