ECLI:NL:GHDHA:2026:352
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen en afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel in IB/PVV 2020 en 2021
Belanghebbende is voor de jaren 2020 en 2021 navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd door de Inspecteur, waarbij het belastbaar inkomen en de ingehouden loonheffing werden gecorrigeerd op basis van gegevens van de Belastingdienst. Belanghebbende voerde onder meer aan dat de Belastingdienst had toegezegd dat haar aangiften juist waren, een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat de gegevens van de Belastingdienst niet onjuist waren en dat belanghebbende geen bewijs had geleverd van ondubbelzinnige toezeggingen die het vertrouwensbeginsel konden rechtvaardigen. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken.
Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de Rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de navorderingsaanslagen terecht en naar het juiste bedrag zijn opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan. Ook is de Inspecteur niet gehouden om bij de definitieve aanslag hetzelfde standpunt in te nemen als bij de voorlopige aanslag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, welke hier niet zijn gesteld.
De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraken van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door het Hof in aanwezigheid van de griffier en is openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslagen en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.