Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 18 februari 2025, waarmee EN Projects in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 21 januari 2025
- de memorie van grieven, tevens vermeerdering van eis van EN Projects , met producties 20 tot en met 23
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel van Enraf , met producties 6 tot en met 15
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van EN Projects , met producties 24 tot en met 26
- de akte van EN Projects met producties 24 tot en met 39
- de akte van Enraf met producties 16 tot en met 29
3.Feitelijke achtergrond
independent firm of solicitors.
4.Procedure bij de rechtbank; vorderingen in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
Bevoegdheid
6.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 21 januari 2025, voor zover in conventie gewezen;
- verklaart EN Projects niet ontvankelijk in haar vorderingen zoals die in eerste aanleg waren ingesteld;
- verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen voor zover het gaat om de eisvermeerdering van EN Projects in hoger beroep;
- veroordeelt EN Projects in de kosten van de procedure in eerste aanleg in conventie, aan de zijde van Enraf begroot op € 7.968,-;
- veroordeelt EN Projects in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Enraf begroot op € 21.113,-;
- veroordeelt EN Projects tot terugbetaling aan Enraf van de door deze betaalde proceskosten in eerste aanleg in conventie, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2025;
- bepaalt dat als EN Projects niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, zij de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.