Op 18 januari 2023 werd melding gemaakt van de vermissing van het slachtoffer, waarna onderzoek uitwees dat hij op 16 januari 2023 een seksuele afspraak had met beklaagde waarbij drugs werden gebruikt. Beklaagde gaf toe 2 gram crystal meth en 5 gram 3-MMC te hebben verstrekt en gebruikt. Het slachtoffer werd later dood aangetroffen, met toxicologisch bewijs van een overdosering.
De officier van justitie besloot aanvankelijk tot seponering wegens gebrek aan schuld van beklaagde. Klaagster stelde dat beklaagde door het verstrekken van een extreem hoge dosis drugs het risico op overlijden bewust heeft genomen. Het hof bestudeerde het dossier, waaronder een deskundigenrapport, en concludeerde dat de hoeveelheid crystal meth die beklaagde verstrekte leidde tot een lethale overdosering.
Het hof oordeelde dat de combinatie van de grote dosis, de seksuele setting, het leeftijdsverschil en de rol van beklaagde als 'in the lead' mogelijk onaanvaardbare gezondheidsrisico's met zich bracht. Daarom zijn er voldoende aanknopingspunten voor een succesvolle vervolging wegens dood door schuld. De klacht tegen de niet vervolging is gegrond verklaard en strafvervolging gelast.