Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 1 december 2023, waarmee Prijsvrij in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2023;
- de memorie van grieven van Prijsvrij, met bijlage.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Beoordeling in hoger beroep
(i) zij optreedt als reisbemiddelaar (doorverkoper) en dat de pakketreisovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:500 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) die [geïntimeerde] heeft gesloten met reisorganisator Sunmix;
(ii) Sunmix de reis van [geïntimeerde] heeft mogen annuleren omdat [geïntimeerde] de reissom niet tijdig heeft voldaan;
(iii) Sunmix op grond van de toepasselijke voorwaarden annuleringskosten (zijnde een bedrag gelijk aan de gehele reissom) in rekening heeft mogen brengen aan [geïntimeerde] op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden;
(iv) Prijsvrij deze annuleringskosten heeft voldaan aan Sunmix en als doorverkoper een verhaalsrecht heeft op [geïntimeerde] ; en
(v) Prijsvrij verder aanspraak kan maken op een vergoeding voor haar inspanningen in de vorm van een commissie en de buitengerechtelijke incassokosten.
“Als je in verzuim bent, maant de organisator, of iemand namens hem jou aan tot betaling en stelt je een termijn van 14 dagen om alsnog aan je verplichtingen te voldoen. Je wordt erop gewezen dat als je ook dan niet betaalt de overeenkomst per deze datum geacht wordt te zijn geannuleerd.”
nade voor oktober 2021 geplande aanvang en het einde van de door [geïntimeerde] geboekte reis, bij brief van 16 november 2021. De vóór de reis aan [geïntimeerde] verstuurde e-mails/betalingsherinneringen ontberen de juist de door artikel 10.2 beoogde duidelijkheid.
in samenhangdient te worden gelezen met het bepaalde in artikel 10.2: de aanvullende verplichting (om voor verzuim) eerst een termijn te stellen van 14 dagen en daarbij te waarschuwen dat bij niet tijdige betaling de reis geacht wordt te zijn geannuleerd. Strikt genomen geldt dit vereiste slechts voor het uitoefenen van het recht door de reisorganisator om zelf de reis te mogen annuleren bij niet tijdige betaling, maar gelet op consumentenbeschermende strekking van deze bepaling ligt het voor de hand dat een reisorganisator ook slechts schadevergoeding kan vorderen eerst nadat de consument erop is gewezen dat hij binnen 14 dagen moet betalen en anders de reis automatisch wordt geannuleerd. Zo begrepen bevat artikel 10.2 een extra vereiste voor het intreden van het verzuim, of voor het recht van de reisorganisator om de verplichting tot betaling van de reissom om te zetten in een verplichting tot het betalen van schadevergoeding. Geoordeeld is reeds dat aan deze voorwaarde hier niet wordt voldaan.
6.Beslissing
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- veroordeelt Prijsvrij in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil.