Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 21 september 2022, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 juni 2022;
- het arrest van dit hof van 29 november 2022, waarin een mondelinge behandeling is gelast, welke behandeling niet is doorgegaan;
- de memorie van grieven van [appellante];
- de memorie van antwoord tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel van KKS, met bijlagen;
- de antwoordmemorie incidenteel appel tevens akte uitlaten producties van [appellante];
- de akte hervatting rechtsgeding ex artikel 22 Rv Pro van 4 februari 2025;
- de brief van 30 januari 2026 (door het hof ontvangen op 2 februari 2026) met bijlagen 1, 9, 10, 25 en 35 tot en met 66 die [appellante] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
- de akte houdende aanvullende producties (met producties 4 en 5) die KKS ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
Principaal beroep
- € 6.135,66 netto aan openstaand salaris over de periode van 1 december 2015 tot en met 1 februari 2018;
- een bedrag van € 1.143,60 netto aan achterstallig vakantiegeld;
- een bedrag van € 12.350,- netto aan niet uitbetaalde overuren;
- € 2.125,- ter zake van huur, elektra en aan onkostenvergoeding voor het toenmalige kantoor van KKS in Breukelen;
- € 988,19 wegens verbouwwerkzaamheden aan het kantoor in Breukelen;
- een bedrag van € 3.500,- als restant van de koopprijs van de Range Rover welke KKS had overgenomen van [appellante];
- alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
- voor het overige het bestreden vonnis te bekrachtigen met veroordeling van KKS in de kosten van beide instanties.
6.Beoordeling in hoger beroep
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 juni 2022, uitsluitend met betrekking tot het (afwijzend) oordeel ten aanzien van het achterstallig salaris en in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt KKS tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 6.135,66 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 26 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt KKS tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 153,60 netto;
- veroordeelt [appellante] tot betaling aan KKS van een bedrag van € 100,- en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- compenseert de proceskosten in het principale hoger beroep;
- veroordeelt KKS in de kosten in het incidentele hoger beroep, aan de zijde van [appellante] begroot op € 834,-;
- bepaalt dat als KKS niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, KKS de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.