Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het verzoekschrift in hoger beroep met bijlagen en een nagezonden bijlage, ingekomen op de griffie van het hof op 13 mei 2025, waarmee [verzoeker] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 13 februari 2025 en de herstelbeschikking van 27 maart 2025;
- het verweerschrift in hoger beroep van Shannon, met bijlagen.
3.Feiten en procedure bij de kantonrechter
hof) en mevrouw [Personeel Adviseur] (personeelsadviseur Personeel Optimaal) aanwezig. (…)”
4.Beoordeling in hoger beroep
ontstaanvan zijn arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door de situatie op het werk. Uit de stukken blijkt ook dat zijn ziekte te maken had met persoonlijke problematiek, waaronder rouwverwerking. In de eerste periode van de arbeidsongeschiktheid (tot maart 2023) heeft de handelwijze van Shannon een negatieve invloed gehad op het herstel, maar [verzoeker] heeft niet onderbouwd op welke wijze Shannon in de periode vanaf maart 2023 zou hebben bijgedragen aan het voortduren van zijn arbeidsongeschiktheid. Hij heeft bovendien niet (gemotiveerd) gesteld dat de arbeidsovereenkomst niet zou zijn beëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid indien de verwijtbare gedragingen van Shannon niet hadden plaatsgevonden. Dit laatste is van belang, omdat er concrete aanwijzingen zijn dat de arbeidsovereenkomst in augustus 2024 hoe dan ook zou zijn beëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Zo blijkt uit het oordeel van de bedrijfsarts van 17 april 2024 dat op dat moment (nog steeds) tekenen van verbetering uitbleven en dat bedrijfsarts van oordeel was dat [verzoeker] nog een lange weg te gaan had voordat hij weer arbeidsgeschikt zou zijn. Het hof is daarom van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het door art. 7:682 lid Pro 1, onderdeel c, BW vereiste causale verband bestaat tussen de gedragingen van [verzoeker] en het beëindigen van de arbeidsovereenkomst vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] .
- Zijn voormalig collega’s [directeur 1] en [directeur 2] kunnen verklaren over de handelingen van Shannon ten opzichte van [verzoeker] die als ernstig verwijtbaar gekwalificeerd dienen te worden.
- [verzoeker] zelf kan verklaren over het feit dat hij tot op heden ziek en arbeidsongeschikt is en over de invloed van de handelingen van Shannon op de duur van de arbeidsongeschiktheid.
5.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van 13 februari 2025 van de kantonrechter Den Haag;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geivknaam1]hannon begroot op € 3.596,-;
- bepaalt dat als [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verzoeker] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.