Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Procesgang
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 02 juli 2019 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, (meermalen) (met een voorwerp) op het hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, althans enig geweld heeft toegepast, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
hij op of omstreeks 02 juli 2019 te Rotterdam aan een persoon (te weten [slachtoffer] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel (een hersenbloeding), heeft toegebracht, door opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg (meermalen) (met een voorwerp) op het hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen, althans enig geweld toe te passen;
hij op of omstreeks 02 juli 2019 te Rotterdam, met voorbedachten rade [slachtoffer] heeft mishandeld door (meermalen) (met een voorwerp) op het hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen, althans enig geweld toe te passen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenbloeding ten gevolge heeft gehad;
hij op of omstreeks 02 juli 2019 te Rotterdam twee horloges, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vordering van de advocaat-generaal
Het vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
Bewezenverklaring
hij op
of omstreeks02 juli 2019 te Rotterdam aan een persoon (te weten [slachtoffer] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel (een hersenbloeding), heeft toegebracht, door opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg (meermalen)
(met een voorwerp) op het hoofd en/ofin het gezicht van die [slachtoffer] te slaan
en/of te stompen, althans enig geweld toe te passen;
hij op
of omstreeks02 juli 2019 te Rotterdam twee horloges,
in elk geval enig goed,
diegeheel of ten dele aan een andertoebehoorde
n, te wetenaan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen.
Bewijsvoering
Nadere bewijsoverwegingen feit 1 subsidiair
zwaar lichamelijk letselis toegebracht. Gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld omtrent de aard en de (blijvende) gevolgen van het letsel van het slachtoffer - zie onder meer de FARR verklaring van 3 juni 2020 -, is het hof van oordeel dat dit letsel moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Dat is op zichzelf ook niet betwist door de verdediging en ook overigens geen onderwerp van debat geweest.
causaal verbandbestaat tussen het slaan door de verdachte en het zwaar lichamelijk letsel van het slachtoffer. Dat is door de verdediging betwist.
- dat wordt vastgesteld dat dit gedrag een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid;
- dat aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt. Of en wanneer sprake is van een dergelijke aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
opzetheeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer. Ook dat is door de verdediging betwist.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]
Betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]
Betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]
- ten aanzien van de post hulpmiddelen dient de vordering voor wat betreft de iPad en toebehoren, de kleding, de duofiets en de driewielfiets niet-ontvankelijk te worden verklaard;
- ten aanzien van de rolstoelbus en de toekomstige hulpmiddelen (elektrische rolstoel) refereert de advocaat-generaal zich aan het oordeel van het hof;
- de post betreffende de mantelzorg en huishoudelijke hulp is tot een bedrag van € 283.711,94 toewijsbaar, de genoemde verhoging in hoger beroep is niet mogelijk;
- ten aanzien van de post beschadigde zaken zijn de horloges toewijsbaar tot een bedrag van € 550,00, de kledingschade tot een bedrag van € 35,00 en de woningschade tot een bedrag van € 600,00. Ten aanzien van de posten spaargeld en de aanpassing van de woning van de ouders dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard;
- ten aanzien van de post aanpassingen woning [slachtoffer] dient de vordering voor wat betreft de nieuwe tv en het witgoed niet-ontvankelijk te worden verklaard;
- ten aanzien van de reis- en parkeerkosten dient de vordering te worden afgewezen.
- Eigen risico: € 2.695,00
- Eigen bijdrage ziektekosten € 1.980,00
- Niet vergoede zorgkosten € 7.928,77
- Ziekenhuis- en revalidatieopname: €6.225,00
- Beschadigde zaken
Totaal: € 30.772,77
- Eigen risico € 8.081,46
- Eigen bijdrage ziektekosten € 8.096,69
- Niet vergoede zorgkosten: € 19.966,36
- Second opinion: € 300,00
- Hulpmiddelen: € 153.127,66
- Ziekenhuis- en revalidatieopname € 1.545,00
- Mantelzorg/huishoudelijk hulp: € 312.888,37
- Beschadigde zaken: € 8.365,00
- Aanpassing woning ouders: € 1.050,00
- Aanpassing woning [slachtoffer] € 8.786,00
Totaal: € 522.206,54
Totaal: € 6.592,92
Verweer verdediging ten aanzien van (ingangsdatum) wettelijke rente
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
€ 42.500,00 (tweeënveertigduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
2 juli 2019.
€ 32.500,00 (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
2 juli 2019.
€ 17.518,92 (zeventienduizend vijfhonderdachttien euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 2.518,92 (tweeduizend vijfhonderdachttien euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
29 november 2020en van de immateriële schade op
2 juli 2019.
€ 380.772,77 (driehonderdtachtigduizend zevenhonderdtweeënenzeventig euro en zevenenzeventig cent) bestaande uit € 30.772,77 (dertigduizend euro zevenhonderdtweeënenzeventig euro en zevenenzeventig cent) materiële schade en € 350.000,00 (driehonderdvijftigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 6.592,92 (zesduizend vijfhonderdtweeënnegentig euro en tweeënnegentig cent) aan materiële schade.
380.772,77(driehonderdtachtigduizend zevenhonderdtweeënzeventig euro en zevenenzeventig cent) bestaande uit € 30.772,77 (dertigduizend euro zevenhonderdtweeënenzeventig euro en zevenenzeventig cent) materiële schade en € 350.000,00 (driehonderdvijftigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.