Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 25 maart 2026
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
contra legemheeft. De rechtbank wijst dit betoog om de navolgende redenen van de hand.
contra legemeerst door het Unierecht wordt belet bij een zodanig strijd met een juiste wetstoepassing dat redelijkerwijs niet op de desbetreffende uitlating van het bestuursorgaan mocht worden vertrouwd. Daarvan is in casu geen sprake (zie r.o. 16.3).17.2 In dit geval is toepassing van het vertrouwensbeginsel echter al niet
contra legemin Unierechtelijk relevante zin.
contra legemheeft, betekent dat het beginsel niet kan voeren tot een wetstoepassing die strijdig is met een regeling van het Unierecht.[4]
contra legemzou zijn daarvan af te zien. Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder dan ook beter moeten weten, dan bij het opleggen van de boete aan het door hem begin 2014 gewekte vertrouwen voorbij te gaan.
Krücken(1988) en zaak C-568/11,
Agroferm AS(2013).
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
“de verschuldigde omzetbelasting niet op haar aangiften omzetbelasting aangeeft en/of niet betaald én blijkt dat belastingplichtige hiervan op enigerlei wetenschap van had, dan zal de uitbetaalde voorbelasting bij belastingplichtige worden nageheven.”Hieruit volgt dat alleen indien belanghebbende wetenschap had van het niet aangeven en voldoen van de btw, naheffing zou plaatsvinden. Met hetgeen naar voren is gebracht in zijn verweer bij de Rechtbank en in zijn hogerberoepschrift heeft de Inspecteur naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende wetenschap had van het niet aangeven en voldoen van de btw door de onderaannemers. De Inspecteur heeft vooral willen betogen dat belanghebbende onzorgvuldig is geweest en had moeten weten dat de onderaannemers hun btw-verplichtingen niet nakwamen. Wat daarvan zij, het door de Inspecteur gestelde is niet voldoende om aannemelijk te maken dat belanghebbende wetenschap had van het niet nakomen van deze verplichtingen. Belanghebbende mocht er gelet op de tekst van het controlerapport gerechtvaardigd op vertrouwen dat de Inspecteur zou afzien van naheffing van de in aftrek gebrachte btw die door de onderaannemers in rekening is gebracht. Het Hof acht niet zo duidelijk in strijd met een juiste wetstoepassing dat belanghebbende redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de Inspecteur de toezegging niet zou nakomen.
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover daarin de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking over de periode 1 januari 2013 tot en met 1 juli 2014 zijn vernietigd;
- vermindert de naheffingsaanslag over de periode 1 januari 2013 tot en met 1 juli 2014 tot € 3.270 en vermindert de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig.