ECLI:NL:GHLEE:2003:AF9266
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde appartement op grond van gelijkheidsbeginsel en beleidsmatige waarderingscorrectie
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, die was vastgesteld op ƒ 330.000,-- met waardepeildatum 1 januari 1995. Het geschil betrof de vraag of de waarde moest worden vastgesteld op basis van het gelijkheidsbeginsel, aangezien vergelijkbare appartementen uit een eerdere fase een lagere waarde hadden gekregen.
De ambtenaar stelde dat de meerderheidsregel aan het beroep op het gelijkheidsbeginsel in de weg stond, maar het hof oordeelde dat de ongelijke behandeling voortkwam uit een beleidsmatige werkwijze van de ambtenaar. Deze had namelijk de waardebeschikkingen verzonden zonder de noodzakelijke correcties voor omzetbelasting en erfpacht toe te passen, terwijl hij wist dat deze correcties moesten plaatsvinden.
Het hof concludeerde dat het door de ambtenaar gevoerde beleid ten aanzien van de eerste fase van appartementen ook moest gelden voor de vergelijkbare appartementen uit de tweede fase, waaronder het appartement van belanghebbende. Daarom werd de WOZ-waarde verminderd tot ƒ 265.000,-- (€ 120.250,--). Tevens werd belanghebbende een vergoeding van € 29,-- toegekend voor het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door prof. mr E. Aardema, voorzitter van de eerste enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Leeuwarden, op 23 mei 2003.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het appartement is vastgesteld op ƒ 265.000,-- (€ 120.250,--), gelijk aan vergelijkbare appartementen uit de eerste fase.