ECLI:NL:HR:1999:AA2837
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Pos
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over huurwaardeforfait en gelijkheidsbeginsel in inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen dat mede was berekend via het huurwaardeforfait van haar eigen woning. De Inspecteur had de waarde van de woning vastgesteld op basis van taxaties en brieven aan belanghebbende en andere eigenaren in de wijk. Het Hof had de aanslag verminderd omdat het vermoedde dat in veel gevallen een lagere huurwaarde was toegepast dan wettelijk voorgeschreven, en dat de Inspecteur dit vermoeden niet had ontkracht. Het Hof paste de zogenaamde meerderheidsregel toe en honoreerde het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad oordeelt dat de meerderheidsregel alleen geldt indien de ongelijke behandeling niet voortvloeit uit beleid van de Inspecteur. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd of er sprake was van beleid en of dat beleid redelijk was. Ook ontbrak nadere motivering over de waardebepaling volgens artikel 42a Wet op de inkomstenbelasting 1964. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor nader onderzoek naar het beleid, de redelijkheid daarvan en het beroep op vertrouwen.
De Hoge Raad wijst erop dat actuele gegevens over woningwaarde niet automatisch betekenen dat woningen zonder zulke gegevens ongelijk behandeld mogen worden. De proceskostenveroordeling wordt aan het verwijzingshof overgelaten. Het arrest is uitgesproken op 27 juli 1999.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar beleid en rechtmatigheid van de waardebepaling en toepassing van het gelijkheidsbeginsel.