ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1279
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Meijeringh
- Verschuur
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet ontvankelijk wegens appelverbod tegen tussenvonnis in civiele zaak over rentevordering
In deze civiele procedure stond een geschil centraal over de toewijzing van een rentevordering tussen appellant en geïntimeerde. De rechtbank had in een tussenvonnis het hoger beroep tegen dat tussenvonnis uitgesloten en uiteindelijk bij vonnis van 5 juni 2002 geoordeeld dat appellant niet in het hem opgelegde bewijs was geslaagd.
Appellant stelde zich ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen dit vonnis, stellende dat hij niet onverhoeds was overvallen en dat fundamentele rechtsbeginselen waren geschonden. Het hof oordeelde dat op grond van het sinds 1 januari 2002 geldende procesrecht hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts tegelijk met het eindvonnis kan worden ingesteld, tenzij sprake is van een gedeeltelijk eindvonnis, wat hier niet het geval was.
Verder concludeerde het hof dat geen sprake was van schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging die een doorbreking van het appelverbod zouden rechtvaardigen. Het hof verklaarde appellant daarom niet ontvankelijk in zijn hoger beroep en veroordeelde hem in de kosten van de procedure. De zaak werd ter verdere berechting terugverwezen naar de rechtbank.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet ontvankelijk in zijn hoger beroep en veroordeelt hem in de kosten.