ECLI:NL:GHLEE:2006:AY6416
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.C. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bepaalt gezamenlijk ouderlijk gezag voor niet-gehuwde ouders
In deze zaak verzocht de man, die niet met de vrouw gehuwd is geweest, om gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kind toe te wijzen. De kantonrechter wees dit verzoek af op grond van artikel 1:252 BW Pro, dat volgens de rechtbank alleen gezamenlijk gezag toelaat bij gehuwde ouders. Het hof oordeelde echter dat deze beperking in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en artikel 94 van Pro de Grondwet, omdat de man als vader recht heeft op gezamenlijk gezag en toegang tot de rechter.
De vrouw vreesde dat gezamenlijk gezag tot escalatie en nadelige gevolgen voor het kind zou leiden, mede vanwege de moeizame communicatie en lopende procedures tussen partijen. De man stelde dat er een goed functionerende omgangsregeling bestaat en dat de communicatieproblemen geen onaanvaardbaar risico vormen voor het kind. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens tot gezamenlijk gezag.
Het hof stelde vast dat er geen aanwijzingen zijn dat het kind klem of verloren zal raken door gezamenlijk gezag, mede gelet op de bestaande omgangsregeling. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en bepaalde dat de ouders voortaan gezamenlijk het gezag over de minderjarige zullen uitoefenen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man en vrouw gezamenlijk het ouderlijk gezag over de minderjarige zullen uitoefenen.