ECLI:NL:PHR:2008:BF3927
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gezagsgeschil tussen voormalige partners over gezamenlijk gezag en omgang minderjarig kind
De zaak betreft een geschil tussen voormalige levenspartners over het gezamenlijk gezag en omgangsregeling van hun minderjarige dochter. De vader verzocht om gezamenlijk gezag, terwijl de moeder dit afwees vanwege ernstige zorgen over zijn gedrag en de veiligheid van het kind.
De kantonrechter wees het verzoek van de vader af wegens onvermogen tot constructief overleg tussen ouders, wat schadelijk zou zijn voor het kind. Het hof vernietigde dit oordeel en kende gezamenlijk gezag toe, stellende dat ouders in staat waren afspraken te maken zodat het kind niet klem of verloren zou raken.
De moeder stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het belang van het kind beperkte tot communicatieproblemen en onvoldoende rekening hield met ernstige beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de vader. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd en mogelijk een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar een ander hof voor een nieuwe beoordeling.
De uitspraak benadrukt dat bij verzoeken tot gezamenlijk gezag alle relevante omstandigheden, waaronder ernstige zorgen over het gedrag van een ouder, moeten worden betrokken en gemotiveerd beoordeeld. Het zogenoemde 'klemcriterium' is niet beslissend in zaken waarin ouders nooit gezamenlijk gezag hebben gehad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nieuwe beoordeling.