ECLI:NL:PHR:2008:BF3923
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing gezamenlijk gezag vader over minderjarig kind wegens belang kind
De zaak betreft een geschil tussen voormalige levenspartners over het gezamenlijk gezag over hun minderjarige dochter. De vader verzocht de rechter om hem gezamenlijk gezag toe te kennen naast de moeder, die het eenhoofdig gezag uitoefent. De rechtbank en het hof wezen dit verzoek af vanwege de uiterst moeizame communicatie tussen de ouders en het risico dat gezamenlijk gezag de omgangsregeling en het welzijn van het kind zou schaden.
De Hoge Raad bevestigde dat het toepasselijke toetsingskader niet het zogeheten 'klemcriterium' is, dat geldt voor ouders die reeds gezamenlijk gezag hadden, maar dat de rechter moet beoordelen of het in het belang van het kind is om het gezag te wijzigen. Daarbij mag de rechter ook de communicatieproblemen meewegen als één van de factoren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de feiten en omstandigheden zorgvuldig had gewogen, waaronder het gebrek aan vertrouwen van de moeder in de vader, de jonge leeftijd van het kind en het gevaar dat gezamenlijk gezag de omgangsregeling zou verstoren. Het cassatiemiddel werd verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen is afgewezen in het belang van het kind.