ECLI:NL:GHLEE:2006:AY7607
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woning- of niet-woningkarakter onroerende zaak voor onroerendezaakbelasting
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een verzorgingstehuis bestaande uit drie bouwlagen met eenpersoons- en tweepersoonskamers, was aangeslagen voor onroerendezaakbelasting tegen het niet-woningtarief. Zij stelde dat de onroerende zaak als woning moest worden aangemerkt omdat de woonoppervlakte het merendeel van de totale oppervlakte beslaat en de kamers een hogere waarde vertegenwoordigen.
De heffingsambtenaar handhaafde het niet-woningtarief, stellende dat slechts 42% van de oppervlakte voor woondoeleinden bestemd is en dat gangen niet tot woondoeleinden behoren. Het hof stelde vast dat de kamers onzelfstandige woonruimten zijn met overheersende woonfunctie, maar dat de overige ruimten, waaronder gangen en verzorgingsruimtes, dienstbaar zijn aan de bedrijfsmatige verzorging.
Het hof volgde de waardeverdeling naar rato van de bebouwde oppervlakte met een correctiefactor voor de hogere waarde van de kamers. De waarde van de kamers bedroeg minder dan 70% van de totale waarde, waardoor de onroerende zaak niet in hoofdzaak tot woning dient. Het beroep werd ongegrond verklaard en het niet-woningtarief bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag onroerendezaakbelasting wordt ongegrond verklaard en het niet-woningtarief bevestigd.