ECLI:NL:GHLEE:2008:BC9514
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing zelfstandigenaftrek en kostenaftrek in inkomstenbelastingzaak 2003
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat hij met zijn distributieactiviteiten winst uit onderneming genoot en derhalve recht had op zelfstandigenaftrek. Tevens stelde hij op basis van het vertrouwensbeginsel aanspraak te maken op een forfaitaire kostenaftrek van 12%. Daarnaast vorderde hij renteaftrek op een studieschuld.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat belanghebbende niet als ondernemer kon worden aangemerkt, omdat hij niet zelfstandig voor derden optreedt, geen eigen klantenkring heeft en geen ondernemersrisico loopt. Ook werd het urencriterium niet gehaald. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen beleidsregel bestond en de belastingdienst slechts pragmatisch had gehandeld. De renteaftrek op de studieschuld werd afgewezen op grond van de Wet IB 2001 en de Invoeringswet.
In hoger beroep heeft het hof het oordeel van de rechtbank bevestigd. Het hof vond dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij het urencriterium van 1.225 uur had behaald, mede gezien het geringe inkomen uit de werkzaamheden en het ontbreken van een gedetailleerd urenoverzicht. Ook het beroep op de 12%-kostenaftrek werd verworpen vanwege het ontbreken van een beleidsregel en onvoldoende bewijs van kosten.
De conclusie is dat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbeterde motivering. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.