ECLI:NL:GHLEE:2008:BD2807
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aftrekbaarheid studiekosten, onderhouds- en advocaatkosten inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende, een voormalig accountant gespecialiseerd in de transportsector, voerde na overdracht van zijn praktijk aan A in 1998 een beperkte zelfstandige activiteit voort en volgde in 2000 een studie Nederlands recht. Hij stelde dat de studiekosten, onderhoudskosten van een loods en woning, en advocaatkosten aftrekbaar waren als bedrijfskosten voor de inkomstenbelasting 2000.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de studiekosten niet tot de normale uitrusting van een accountant behoren en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de studie diende ter instandhouding van vakkennis. Ook was onduidelijk of de onderhoudskosten van de loods en woning aftrekbaar waren, mede door onduidelijkheid over een vaststellingsovereenkomst. Advocaatkosten werden niet als aftrekbaar erkend omdat ze niet direct gericht waren op het verkrijgen van rente-inkomsten.
Het Hof bevestigt dat de studiekosten niet aftrekbaar zijn omdat deze leiden tot een duurzame verbetering van persoonlijke uitrusting en niet voortvloeien uit de huidige bedrijfsactiviteiten. De onderhoudskosten van de loods zijn niet aftrekbaar omdat daarvoor geen geldige afspraak bestond, terwijl onderhoudskosten van de woning aan de a-straat te Z ook niet aftrekbaar zijn omdat ze pas in 2001 zijn betaald en niet onder de vaststellingsovereenkomst vallen. De advocaatkosten worden eveneens niet als aftrekbaar beschouwd omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze kosten direct strekken tot het verkrijgen van rente-inkomsten.
Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de inspecteur gegrond, en de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van f 491.583. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, behalve het gedeelte over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 491.583.