ECLI:NL:GHLEE:2008:BD3054
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet opgeven gronden in bestuursstrafzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de kantonrechter Utrecht, die het beroep van betrokkene ongegrond verklaarde omdat de gronden van het beroep niet waren opgegeven.
De gemachtigde van betrokkene had pro-forma beroep ingesteld maar verzuimde binnen de gestelde termijn van veertien dagen na dagtekening van de brief de gronden van het beroep te overleggen. Hoewel hij om uitstel vroeg vanwege het ontbreken van opgevraagde stukken, werd dit verzoek niet beantwoord en verklaarde de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk.
Het hof oordeelde dat de termijn van veertien dagen in de periode rond kerst en jaarwisseling redelijkerwijs te kort was, maar dat de gemachtigde desondanks op basis van de inleidende beschikking voldoende informatie had om de gronden te formuleren. Het nalaten om na het uitstelverzoek alsnog gronden te geven en het niet navragen van de reactie van de officier van justitie kwam voor rekening van de gemachtigde.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig opgeven van de gronden van het beroep.