ECLI:NL:GHLEE:2008:BH0630
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- J.H. Kuiper
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Nietigheid mondeling boetebeding concurrentie tijdens arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak staat de geldigheid van een mondeling boetebeding centraal, dat concurrentie door de werknemer tijdens de arbeidsovereenkomst verbiedt. De werknemer was commercieel directeur en trad in dienst bij verschillende verbonden ondernemingen binnen een concern. Na overtreding van het concurrentiebeding werd hij op non-actief gesteld en werd de arbeidsovereenkomst ontbonden.
De werkgever vorderde een boete wegens overtreding van het concurrentiebeding, terwijl de werknemer aanspraak maakte op achterstallig loon en vakantiegeld. Het hof overweegt dat het boetebeding niet voldoet aan de eisen van artikel 7:650 lid 3 BW Pro, omdat niet is bepaald wat de bestemming van de boete is en het beding strekt tot voordeel van de werkgever. Dit leidt tot nietigheid van het boetebeding.
Daarnaast is er een geschil over een lening die de werknemer had afgesloten bij een verbonden vennootschap en die door een moedermaatschappij werd voldaan. Het hof oordeelt dat niet is aangetoond dat subrogatie is overeengekomen, maar laat de werknemer toe tegenbewijs te leveren. Het hof wijst de vordering tot boete af en houdt verdere beslissing aan voor bewijslevering over de lening.
De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoor en verdere bewijslevering, waarbij het hof de zaak verwijst naar een rolzitting voor planning van het verhoor en verdere processtukkenuitwisseling.
Uitkomst: Het hof verklaart het mondelinge boetebeding nietig en wijst de boetevordering af, terwijl het bewijs over de lening wordt aangehouden.