ECLI:NL:HR:2008:BC2199
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over subrogatie en tegenstrijdig belang bestuurder in Antillenzaak
In deze zaak vordert [verweerster] betaling van een totaalbedrag van Naf 444.280,-- van CBC, gebaseerd op door haar voorgeschoten bedragen ten behoeve van CBC. Het gerecht in eerste aanleg en het hof hadden de vordering toegewezen en het hof oordeelde dat voldaan was aan de vereisten van subrogatie volgens art. 6:150 BW Pro.
De Hoge Raad stelt echter dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat sprake was van een stilzwijgende overeenkomst die strekt tot subrogatie, omdat daarvoor een expliciete overeenkomst vereist is waarbij de schuldeiser wetenschap heeft van de subrogatie. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde voor het begrip tegenstrijdig belang van een bestuurder volgens art. 124 WvKNA Pro (oud), en dat het voldoende is dat er twijfel bestaat over de onpartijdigheid van de bestuurder.
Verder vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat de nieuwe directie van CBC geen voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de aandeelhouder nodig had voor het aangaan van de overeenkomst van 11 juli 2003, omdat dit buiten de rechtsstrijd viel. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.