ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6266
Gerechtshof Leeuwarden
- Raadkamer
- H.J. Deuring
- H.M. Poelman
- J.J. Beswerda
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot proceskostenvergoeding na beëindiging vervolging
In deze zaak heeft het hof Leeuwarden op 13 maart 2009 uitspraak gedaan over een hoger beroep van de officier van justitie tegen een beschikking van de rechtbank Groningen. De rechtbank had het verzoek van verzoeker tot vergoeding van proceskosten toegewezen, ondanks dat het verzoek na de gestelde termijn was ingediend.
Het hof oordeelde dat de zaak omstreeks september 2007 was geëindigd met een uitdrukkelijke mondelinge toezegging door de officier van justitie dat verzoeker niet verder zou worden vervolgd. Hoewel het Openbaar Ministerie nagelaten had een schriftelijke bevestiging van deze toezegging te verstrekken, stond vast dat verzoeker op de hoogte was van de niet-vervolging.
Omdat het verzoek tot vergoeding van proceskosten pas op 24 juni 2008 werd ingediend, ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na het einde van de zaak, verklaarde het hof verzoeker niet-ontvankelijk. Het hof vernietigde daarmee de beschikking van de rechtbank en zag geen aanleiding om de gemaakte kosten in verband met deze procedure te vergoeden.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzoek tot proceskostenvergoeding.