ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6266

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
000747-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 591 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot proceskostenvergoeding na beëindiging vervolging

In deze zaak heeft het hof Leeuwarden op 13 maart 2009 uitspraak gedaan over een hoger beroep van de officier van justitie tegen een beschikking van de rechtbank Groningen. De rechtbank had het verzoek van verzoeker tot vergoeding van proceskosten toegewezen, ondanks dat het verzoek na de gestelde termijn was ingediend.

Het hof oordeelde dat de zaak omstreeks september 2007 was geëindigd met een uitdrukkelijke mondelinge toezegging door de officier van justitie dat verzoeker niet verder zou worden vervolgd. Hoewel het Openbaar Ministerie nagelaten had een schriftelijke bevestiging van deze toezegging te verstrekken, stond vast dat verzoeker op de hoogte was van de niet-vervolging.

Omdat het verzoek tot vergoeding van proceskosten pas op 24 juni 2008 werd ingediend, ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na het einde van de zaak, verklaarde het hof verzoeker niet-ontvankelijk. Het hof vernietigde daarmee de beschikking van de rechtbank en zag geen aanleiding om de gemaakte kosten in verband met deze procedure te vergoeden.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzoek tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

Raadkamernummer: 747-08
GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking d.d. 13 maart 2009 van het gerechtshof, meervoudige raadkamer, op het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep tegen een beschikking ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering d.d. 10 oktober 2008 van de rechtbank Groningen op een verzoek van:
[verzoeker],
geboren op [1954] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres].
Verzoeker is niet verschenen. Wel verschenen is de door verzoeker gemachtigde raadsman mr. R. Lassche, advocaat te Enschede.
1. De beschikking waarvan beroep
De rechtbank heeft bij voormelde beschikking het verzoek toegewezen en een vergoeding toegekend van € 37.071,04.
2. De behandeling in raadkamer
Het hof heeft in openbare raadkamer van 27 februari 2009 gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman.
3. Aanwending van het rechtsmiddel
Tegen voormelde beschikking van de rechtbank heeft de officier van justitie van het arrondissementsparket Groningen tijdig en op de voorgeschreven wijze hoger beroep ingesteld.
4. De beoordeling
Het verzoek tot vergoeding van proceskosten dient op grond van het bepaalde in artikel 591, tweede lid, Wetboek van Strafvordering te worden ingediend binnen drie maanden na het eindigen van de zaak.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de advocaat-generaal, die in de betreffende strafzaak als officier van justitie is opgetreden, aangegeven dat hij de beslissing om verzoeker niet verder te vervolgen omstreeks september 2007 mondeling aan mr. R. Lassche heeft medegedeeld. Derhalve kan ervan worden uitgegaan dat verzoeker van deze toezegging op de hoogte is gebracht. Dit is door de raadsman ook niet weersproken. De raadsman stelt zich echter op het standpunt dat meermalen tevergeefs is verzocht om een schriftelijke bevestiging van de toezegging. Daardoor bleef verzoeker in onzekerheid over zijn mogelijke vervolging. Onweersproken is dat verzoeker niet verder is vervolgd.
Naar het oordeel van het hof is de zaak omstreeks september 2007 geëindigd met de uitdrukkelijke mondelinge toezegging door de officier van justitie dat verzoeker niet verder zou worden vervolgd. Daaraan kan niet afdoen dat - om welke reden ook - het OM heeft nagelaten om desgevraagd een schriftelijke bevestiging van deze toezegging aan de raadsman te doen toekomen.
Het verzoek is op 24 juni 2008 en dus ruimschoots na afloop van de gestelde termijn ingediend. De rechtbank heeft verzoeker in zijn verzoek derhalve ten onrechte ontvangen. Het hof zal met vernietiging van de beslissing van de rechtbank verzoeker alsnog niet-ontvankelijk verklaren. Het hof ziet geen aanleiding tot het vergoeden van de kosten die zijn gemaakt in verband met de onderhavige procedure.
5. Beslissing op het hoger beroep
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank van 10 oktober 2008;
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Aldus gegeven door mr. H.J. Deuring als voorzitter, mrs. H.M. Poelman en J.J. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.