ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2609
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na onvoorwaardelijk sepot en voorlopige hechtenis
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering tot toekenning van schadevergoeding wegens onvoorwaardelijk sepot en voorlopige hechtenis. De officier van justitie had de zaak op 7 maart 2008 geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank stelde vast dat het sepot de zaak beëindigde in de zin van artikel 89 Sv Pro, ondanks dat de kennisgeving niet aan verzoeker was betekend zoals voorgeschreven voor kennisgevingen niet-verdere vervolging.
De rechtbank nam aan dat verzoeker pas op 19 maart 2008 kennis had genomen van het sepot, waardoor het verzoekschrift tijdig was ingediend binnen de drie maanden termijn. De rechtbank wees het verzoek tot beëindiging van de zaak ex artikel 36 Sv Pro af als niet-ontvankelijk, omdat verzoeker daar geen belang meer bij had.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €445,- voor de dagen voorlopige hechtenis (1 dag politiebureau, 5 dagen huis van bewaring) en €540,- voor de kosten van het opstellen en behandelen van het verzoekschrift ex artikel 591a Sv. Verzoek tot vergoeding van reis- en verblijfkosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De beslissing werd op 28 april 2009 uitgesproken door de rechtbank Amsterdam, Twaalfde kamer, met mogelijkheid tot hoger beroep tegen de beslissing ex artikel 89 en Pro 591a Sv binnen een maand.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een schadevergoeding toe voor voorlopige hechtenis en proceskosten na onvoorwaardelijk sepot.