ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0273
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Breemhaar
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake loonbetaling bij situatieve arbeidsongeschiktheid wegens niet-passende werkplek
Appellant vorderde betaling van achterstallig loon over meerdere perioden waarin hij wegens gezondheidsklachten en een vermeend niet-passende werkplek zijn arbeid niet kon verrichten. Hij baseerde zijn vordering op de artikelen 7:628 en 7:629 BW, stellende dat hij door ziekte en situatieve arbeidsongeschiktheid recht had op loonbetaling.
De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs dat appellant zijn werkzaamheden niet kon verrichten door een oorzaak die voor rekening van de werkgever komt. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij naast het monteren van kleine laden ook andere montagewerkzaamheden moest verrichten, en dat de werkplek niet passend was.
Verder concludeerde het hof dat de medische verklaringen onvoldoende onderbouwing boden voor volledige arbeidsongeschiktheid in de betrokken perioden. Ook het beroep op situatieve arbeidsongeschiktheid wegens een verstoorde arbeidsverhouding werd verworpen wegens gebrek aan bewijs. Het hof compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van de loonvordering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid en niet-passende werkplek.