ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2899
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.J.M. van den Bergh
- H.J. Deuring
- W. Foppen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor opzettelijke behulpzaamheid bij bedreiging met mes
De minderjarige verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor een misdrijf en schuldig verklaard voor een overtreding zonder strafoplegging. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof beperkte het hoger beroep conform artikel 404 lid 2 sub a Sv Pro, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk werd verklaard voor de overtreding.
De tenlastelegging betrof dat verdachte op 6 juni 2008 in een plaatselijk conflict een medeverdachte heeft geholpen door zijn mes ter beschikking te stellen, waarmee die medeverdachte het slachtoffer bedreigde met een mes. Het hof oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de medeverdachte het mes zou gebruiken voor bedreiging.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had, ook niet voorwaardelijk, maar dit werd door het hof verworpen. Het hof achtte bewezen dat verdachte opzettelijk behulpzaam was geweest bij de bedreiging. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden werd een werkstraf van 20 uur opgelegd, met als subsidiaire straf 10 dagen jeugddetentie.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen jeugddetentie wegens opzettelijke behulpzaamheid bij bedreiging met een mes.