ECLI:NL:GHLEE:2009:BI4774
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- D.V.E.M. van der Wiel - Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terbeschikkingstelling leningen aan vennootschap en aftrek negatief resultaat
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij een bedrag van €275.898 als negatief resultaat uit overige werkzaamheden mocht aftrekken in verband met leningen aan een vennootschap waarin een familielid een aanmerkelijk belang had. Het geschil draaide om de vraag of deze vorderingen als vermogensbestanddelen moesten worden aangemerkt volgens artikel 3.92, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling. De leningsvoorwaarden waren zakelijk en gebruikelijk, de rentevergoeding was niet onredelijk hoog, en de achterstelling van de lening maakte deze niet ongebruikelijk. Ook de extra lening en het opnieuw uitlenen van afgeloste bedragen waren zakelijke handelingen.
De afstand van rente in het kader van een schuldsanering en het beëindigen van het commissariaat waren ingegeven door zakelijke motieven en maakten de vorderingen niet tot vermogensbestanddelen in de zin van de wet. Het hof bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het negatieve resultaat niet in mindering kon worden gebracht op het belastbare inkomen uit werk en woning.
Ten slotte wees het hof een veroordeling in proceskosten af en bevestigde het de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 24 januari 2008.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vorderingen geen ongebruikelijke terbeschikkingstelling vormen en wijst het hoger beroep af.