ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9173
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens uitreiking facturen met btw
Belanghebbende is door de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode juni 1999 tot april 2002. De inspecteur stelt dat belanghebbende facturen met btw heeft uitgereikt, terwijl belanghebbende dit ontkent en betwist dat hij ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het hof stelt vast dat belanghebbende geen ondernemer is, maar wel een prominente rol heeft gespeeld in de activiteiten van het bedrijf D, dat facturen en betalingsherinneringen met btw heeft uitgereikt zonder daadwerkelijke tegenprestatie. De inspecteur heeft voldoende bewijs geleverd dat de facturen met btw zijn uitgereikt, onder meer door het aantreffen van facturen op het adres van belanghebbende en het gebruik van zijn telefoon- en faxnummer.
De betalingsherinneringen worden door het hof als facturen aangemerkt, omdat zij ook btw vermelden. De naheffingsaanslag is gebaseerd op de stortingen op de bankrekening van D, die lager zijn dan het aantal uitgereikte facturen, waardoor de aanslag eerder te laag dan te hoog is vastgesteld.
Het hof wijst het hoger beroep van belanghebbende af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht en juist is opgelegd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.