ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9174
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens acquisitiefraude
In hoger beroep stond centraal of de in de navorderingsaanslagen begrepen inkomsten uit acquisitiefraude terecht aan belanghebbende waren toegerekend en of de bedragen correct waren vastgesteld. Belanghebbende ontkende zijn betrokkenheid bij het bedrijf D en de volledige incasso van de bedragen, terwijl de inspecteur dit bevestigde.
Feiten wezen uit dat belanghebbende een prominente rol speelde bij de oprichting en uitvoering van de acquisitiefraude, waaronder het versturen van facturen zonder tegenprestatie en het incasseren van gelden via een bankrekening op naam van het bedrijf D. Bewijs bestond uit getuigenverklaringen, bankafschriften, en de aanwezigheid van een pinpas en postbusleutel bij belanghebbende.
Het hof oordeelde dat de inspecteur de bewijslast had voldaan en dat de toegewezen inkomsten terecht aan belanghebbende waren toegerekend. De netto inkomsten waren berekend na aftrek van kosten en beloningen aan medeplichtigen. Belanghebbende slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken. De navorderingsaanslagen waren ondanks een vergissing eerder te laag dan te hoog vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen bevestigd.