ECLI:NL:GHLEE:2009:BK0388
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over toepassing vrijstelling omzetbelasting voor kringloopwinkel
Belanghebbende exploiteert een kringloopwinkel als onderdeel van haar maatschappelijke doelstelling zonder winstoogmerk. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting en boetes op over de jaren 2000-2005, omdat hij meende dat de vrijstelling van artikel 11 lid 1 letter Pro v Wet OB niet van toepassing was op de ontvangsten uit de kringloopwinkel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de omzetbelasting maar matigde de boete. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof oordeelt dat de prestaties van de kringloopwinkel niet van bijkomstige aard zijn en dus niet onder de vrijstelling vallen. De ontvangsten uit de kringloopwinkel zijn duurzaam en essentieel voor de maatschappelijke activiteiten van belanghebbende.
Het hof wijst het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel af, omdat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar is met die van wereldwinkels die wel vrijstelling genieten. De boete wordt vernietigd voor zover de rechtbank deze had verminderd. Het hof veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen worden bevestigd, de boetevermindering wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.