ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5885
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling omzetbelasting op inschrijfgelden woningcorporaties
Het geschil betreft de vraag of inschrijfgelden die woningcorporaties ontvangen van woningzoekenden belast zijn tegen het gewone omzetbelastingtarief of onder de vrijstelling vallen als bijkomende dienst bij de verhuur van woningen. De Rechtbank had geoordeeld dat het inschrijfgeld een nevenprestatie is die het fiscale lot van de vrijgestelde verhuurdienst deelt en de naheffingsaanslag verminderd.
De Inspecteur stelde dat het inschrijfgeld een zelfstandige dienst betreft en voerde hoger beroep aan tegen de uitspraak van de Rechtbank. Het Hof sluit zich aan bij het oordeel van de Rechtbank en verwijst naar vaste jurisprudentie van het HvJ EG, waarin wordt gesteld dat nauw verbonden prestaties als één ondeelbare economische prestatie moeten worden beschouwd.
Het Hof overweegt dat het voor woningzoekenden niet wezenlijk verschilt of zij het recht op huur verkrijgen via inschrijving of directe verhuur, en dat de inschrijfdienst het lot van de vrijgestelde verhuur deelt. Ook het feit dat inschrijfgelden niet worden verrekend met huur en dat veel inschrijvingen niet tot huur leiden, doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.