ECLI:NL:HR:2009:AZ7378

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43037
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • A.R. Leemreis
  • E.N. Punt
  • J.A.C.A. Overgaauw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wet op de omzetbelastingArt. 8 Wet op de omzetbelasting
Verwijzingen
6 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over één dienst bij naheffingsaanslag omzetbelasting reisrechten

Belanghebbende, een stichting die reizen naar Indonesië, Thailand en Maleisië aanbiedt, kreeg voor de jaren 2000 tot en met 2002 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. Deze aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur, maar het Hof Leeuwarden verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag. Het Hof oordeelde dat de donatie van € 12 die belanghebbende vroeg voor het recht om een reis te boeken een zelfstandige dienst vormde, los van de reis zelf, waardoor het tarief van nihil niet van toepassing was op deze vergoeding.

De Hoge Raad stelt in cassatie vast dat het Hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de voor de consument kenmerkende elementen van de handeling. Uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat moet worden vastgesteld of sprake is van meerdere onderscheiden prestaties of één enkele dienst. Vanuit het perspectief van de consument is het recht om een reis te boeken niet wezenlijk te onderscheiden van de verkoop van de reis zelf. Daarom betreft het één dienst, namelijk het verzorgen van een reis, en maakt de donatie onderdeel uit van de heffingsmaatstaf.

De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en vernietigt tevens de uitspraak van de Inspecteur en de naheffingsaanslag. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan belanghebbende.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd omdat sprake is van één enkele dienst.

Uitspraak

Nr. 43.037
20 februari 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van Stichting X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 januari 2006, nr. BK 04/00498, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2002 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Op 19 december 2006 heeft de Advocaat-Generaal W. de Wit geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep.
De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende biedt tegen vergoeding (rond)reizen aan naar Indonesië, Thailand en Maleisië. Ter zake van deze reizen is het tarief van nihil van toepassing. Tevens zet zij hulpverleningsprojecten in Indonesië op en ondersteunt zij deze.
3.1.2. Belangstellenden kunnen gratis een folder ontvangen, getiteld "Tijd voor Azië". Bij deze folder is een acceptgiro gevoegd, met daaraan bevestigd een briefje met de volgende tekst:
"Een reis boeken bij [belanghebbende] is alleen mogelijk voor donateurs. Wij vragen een donatie van € 12 per persoon per reis over te maken op gironummer [...]. Na ontvangst van uw donatie krijgt u de uitgebreide informatiemap met daarin o.a. van alle reizen een reisbeschrijving en het boekingsformulier toegestuurd."
3.1.3. De donaties worden door belanghebbende apart geadministreerd. Zij worden niet verrekend met een te betalen reissom. Ter zake van betaalde donaties bestaat geen recht op teruggave, ook niet wanneer wordt afgezien van het boeken van een reis of wanneer een geboekte reis niet doorgaat. In de laatstgenoemde situatie is bij de volgende reis niet opnieuw een donatie vereist. In het jaar 2005 heeft circa 3 à 4 percent van de reizigers niet gedoneerd. Belanghebbende voert ter zake geen incassobeleid.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende aan de donateurs tegen betaling, te weten de donatie, het recht verleent bij haar een reis te boeken en dat de verlening van dat recht een dienst vormt in de zin van artikel 4 van Pro de Wet op de omzetbelasting, zodat de donaties terecht in de heffing van omzetbelasting zijn betrokken. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat het recht om een reis te boeken moet worden aangemerkt als een (zelfstandige) prestatie die niet een nevenprestatie vormt van het aanbieden van reizen, zodat het voor laatstgenoemde dienst toepasselijke tarief van nihil niet ook van toepassing is op de vergoeding die ter zake van het recht om te boeken wordt ontvangen.
3.3. De middelen verzetten zich tegen deze oordelen.
Uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen volgt dat vastgesteld moet worden wat de kenmerkende elementen van de betrokken handeling zijn, teneinde te bepalen of de belastingplichtige aan de als modaal beschouwde consument meerdere, van elkaar te onderscheiden hoofdprestaties dan wel één enkele prestatie verleent (HvJ EG 25 februari 1999, Card Protection Plan Ltd., C-349/96, BNB 1999/224, punt 29, en HvJ EG 27 oktober 2005, Levob Verzekeringen B.V., C-41/04, BNB 2006/115, punt 20). Uitgaande van 's Hofs oordeel dat sprake is van een dienst, die bestaat in het tegen vergoeding verlenen van het recht een reis te boeken, laat deze handeling zich vanuit het oogpunt van de consumenten die deze reis van belanghebbende boeken, niet wezenlijk onderscheiden van de verkoop van de reis. Dit brengt mee dat sprake is van één dienst, te weten het verzorgen van een reis, en dat de € 12 deel uitmaakt van de maatstaf van heffing voor die prestatie. De middelen slagen in zoverre en behoeven voor het overige geen behandeling.
3.4. Gelet op het hiervoor in 3.3 overwogene kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten,
alsmede de uitspraak van de Inspecteur en de naheffingsaanslag,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 414, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, A.R. Leemreis, E.N. Punt en J.A.C.A. Overgaauw, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2009.