ECLI:NL:GHLEE:2010:BL1946
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag loonbelasting, verzuimboete en heffingsrente met proceskostenvergoeding
Belanghebbende, een onderneming, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de jaren 1999 tot en met 2003, inclusief een verzuimboete en heffingsrente. Zij stelde dat de aanslag te hoog was vanwege onterecht gecorrigeerde afdrachtverminderingen onderwijs en lage lonen, en betwistte de verzuimboete en heffingsrente op basis van een vermeende toezegging van de inspecteur.
De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard door de verzuimboete te matigen, maar de naheffingsaanslag grotendeels gehandhaafd. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat B, de zoon van de directeur en werknemer, als voltijdstudent stond ingeschreven en daarom geen recht gaf op afdrachtvermindering onderwijs. Ook was er geen wettelijke grondslag om te late afdrachtverminderingen over eerdere jaren te verrekenen.
De vermeende toezegging van de inspecteur om boetes en rente niet te berekenen werd niet aannemelijk geacht. De naheffingsaanslag, verzuimboete en heffingsrente werden daarom gehandhaafd zoals door de inspecteur verminderd. Het Hof kende daarnaast een vergoeding toe voor de proceskosten van belanghebbende, waaronder verlet- en reiskosten van de vertegenwoordiger tijdens de beroepsprocedure.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de aanslag en boete, wijst de bezwaren af en regelt een redelijke kostenvergoeding aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof handhaaft de naheffingsaanslag, verzuimboete en heffingsrente zoals verminderd en kent proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.