2. Feiten
2.1. Belanghebbende is geboren op 11 februari 1938 en is emeritus hoogleraar geschiedenis.
2.2. Belanghebbende heeft op 3 februari 2004 door middel van een antwoordformulier aan A Levensverzekering N.V. te Q (hierna: A), verzocht om contante uitkering van de expiratiewaarde van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Op het antwoordformulier is vermeld:
"Let op: een contante uitkering op een polis met lijfrenteclausule wordt altijd progressief belast."
2.3. Bij brief van 19 februari 2004 heeft A onder meer het volgende aan belanghebbende meegedeeld:
"Over deze uitkering dient u zelfstandig met de Belastingdienst af te rekenen. De afkoopsom/contante uitkering uit een expiratie van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule is belastbaar bij de echtgeno(o)t(e) met het hoogste persoonlijke inkomen (niet bij een ouder-kind schenking). Bij de belastingaangifte dient u hiermee rekening te houden. A Levensverzekeringen N.V. is verplicht hiervan opgave te doen aan de Belastingdienst."
2.4. Bij brief van 31 maart 2004 heeft A het volgende aan belanghebbende meegedeeld:
"Hierbij ontvangt u informatie over de fiscale consequenties van de door u aangevraagde wijziging.
U heeft als begunstigde een uitkering ontvangen uit bovenstaande Koopsom Beleggings Polis. Dit is een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Als gevolg van deze uitkering vindt een fiscale afrekening plaats.
In onderstaand overzicht kunt u zien welke waarden wij aan de belastingdienst hebben doorgegeven.
Polisnummer : 4.561.776.2
Ingangsdatum : 12-02-1999
Datum uitkering : 13-02-2004
Bedrag uitkering : EUR 14.636,00"
2.5. Belanghebbende heeft na afloop van het jaar 2004 van A geen jaaropgaaf ontvangen van de uitkering. De uitkering is evenmin vermeld op het door A-bank verstrekte jaaroverzicht.
2.6. Belanghebbende heeft op 28 maart 2005 zijn aangifte over het jaar 2004 handmatig ingevuld, waarbij hij geen gebruik heeft gemaakt van de diensten van een belastingadviseur. Belanghebbende heeft de uitkering niet in zijn aangifte opgenomen.
2.7. Bij brief van 23 februari 2006 heeft de Inspecteur aan belanghebbende onder meer verzocht om informatie over voornoemde uitkering.
2.8. In reactie daarop heeft belanghebbende bij brief het volgende aan de Inspecteur meegedeeld:
"U hebt volkomen gelijk. Ik ben vergeten de uitbetaling van de genoemde lijfrentepolis bij de belastingaangifte op te geven. De reden daarvan is, zoals ik u al telefonisch zei, een heel eenvoudige. Ik verzamel alle papieren die voor de belastingaangifte van belang zijn in een aparte map. Daarnaast bestaat er een ordner waarin ik mijn administratie opberg (rekeningen, betalingen, enz.). Eens per maand werk ik de ontvangen documenten door, en berg die, na behandeling op in de verschillende mappen. De mededeling van de A-Bank over de uitbetaling van de lijfrentepolis heb ik op de verkeerde stapel gelegd en deze is zodoende terecht gekomen in de ordner van de rekeningen, betalingen, enz. Die raadpleeg ik voor de belastingaangifte niet meer, omdat er toch niets meer af te trekken valt. Bij het opstellen van de belastingaangifte raadpleeg ik de map die ik daarvoor speciaal aanleg en daar ontbrak dus de mededeling van A over de lijfrentepolis. En daarom is die niet in de aangifte terecht gekomen. Zo simpel ligt. Excuses voor de fout. Ik moet de volgende keren beter opletten."
2.9. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag de uitkering van € 14.636 als inkomen in aanmerking genomen. Voorts is aan belanghebbende op grond van
artikel 67d Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) een vergrijpboete van 50% opgelegd.