ECLI:NL:GHLEE:2010:BM8757
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over heffingsmaatstaf onroerende-zaakbelasting en cultuurgronduitzondering
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een voormalige melkveebedrijfslocatie die nu dienstdoet als paardenstalling, maakte bezwaar tegen de heffingsmaatstaf van €338.000 die was vastgesteld voor de onroerende-zaakbelasting over 2008. De heffingsmaatstaf was gebaseerd op een WOZ-waarde van €464.000, waarvan het woongedeelte werd afgetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende ging in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat de WOZ-waarde van €464.000 onherroepelijk vaststaat omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. De heffingsmaatstaf van €338.000 was correct berekend door de waarde van het woongedeelte af te trekken. Belanghebbende voerde aan dat de cultuurgronduitzondering van artikel 220d van de Gemeentewet van toepassing zou moeten zijn op de weilanden, waardoor de heffingsmaatstaf verlaagd zou moeten worden.
Het hof oordeelde echter dat de weilanden geen cultuurgrond vormen in de zin van de wet, omdat de activiteiten van belanghebbende gericht zijn op het fokken en verkopen van paarden en niet op landbouw ten behoeve van consumptie. Ook de verkoop van gras betrof een perceel dat niet in de aanslag was betrokken. De cultuurgronduitzondering was daarom niet van toepassing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.