ECLI:NL:RBLEE:2012:BY1354
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Paardenfokkerij kwalificeert niet als landbouwbedrijf voor cultuurgrondvrijstelling Wet WOZ
Eiser, eigenaar van een woning met een paardenfokkerij, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, waarbij hij betoogde dat de grond cultuurgrondvrijstelling zou moeten krijgen omdat zijn bedrijf een landbouwbedrijf zou zijn. Verweerder had de waarde vastgesteld op €539.000, later verminderd tot €434.000 na bezwaar, maar zonder de cultuurgrondvrijstelling toe te passen.
De rechtbank stelde vast dat het fokken van paarden niet valt onder het begrip landbouw in de zin van de Wet WOZ, omdat het niet gaat om dierenfokkerij ten behoeve van consumptie. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen sprake was van een bewuste standpuntbepaling door verweerder. Daarnaast werd de waardedruk wegens asbest correct ingeschat.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van de onroerende zaak terecht was vastgesteld zonder toepassing van de cultuurgrondvrijstelling en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard omdat de paardenfokkerij niet kwalificeert als landbouwbedrijf voor de cultuurgrondvrijstelling.