ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0506
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid verzet tegen vonnis op tegenspraak zonder toestemming procesvertegenwoordiging
In deze civiele procedure stond de ontvankelijkheid van appellant in zijn verzet tegen een vonnis van de kantonrechter centraal. Appellant stelde dat een derde, zonder zijn toestemming en medeweten, namens hem verweer heeft gevoerd in de eerste aanleg, waardoor geen verstekvonnis maar een vonnis op tegenspraak is gewezen. De kantonrechter had appellant niet-ontvankelijk verklaard in het verzet omdat het vonnis als op tegenspraak was aangemerkt.
Het hof stelde vast dat de kwalificatie van het vonnis als verstek of op tegenspraak niet doorslaggevend is voor het te kiezen rechtsmiddel; het gaat erom of appellant daadwerkelijk in de procedure is verschenen. Het hof verwierp het betoog van geïntimeerde dat appellant reeds bekend was met het vonnis en dat daardoor de verzettermijn was gaan lopen, omdat appellant dit gemotiveerd betwistte en geïntimeerde onvoldoende bewijs aanbood.
Het hof oordeelde voorts dat het eigenmachtig handelen van een derde, die zonder opdracht of medeweten van appellant namens hem proceshandelingen verricht, niet voor rekening en risico van appellant komt. Daarom gaf het hof appellant de gelegenheid bewijs te leveren dat deze derde zonder zijn medeweten verweer heeft gevoerd, en stelde het getuigenverhoor in. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de zaak werd verwezen voor verdere bewijslevering.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en staat appellant toe bewijs te leveren dat een derde zonder zijn medeweten verweer voerde, waardoor appellant ontvankelijk kan zijn in zijn verzet.