ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0679
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- R.Ch. Verschuur
- M.A.L.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Uitleg testament en samenlevingscontract bij overlijden erflaatster met minderjarige erfgenaam
De zaak betreft de uitleg van een testament en samenlevingscontract van een overleden erflaatster, waarbij de vraag centraal staat wie als enige erfgenaam is geroepen: de partner of de minderjarige dochter. De erflaatster had in haar testament bepaald dat haar partner alleen erfgenaam zou zijn indien zij ten tijde van haar overlijden nog samenwoonden in de nieuwe woning zoals vastgelegd in het samenlevingscontract.
De erflaatster was na het sluiten van het samenlevingscontract verhuisd naar een andere woning dan de nieuwe woning uit het contract. Het hof stelde vast dat de erflaatster en haar partner niet hadden voorzien dat zij in die andere woning zouden samenwonen. Daarom is het samenwonen in die woning niet van toepassing op het testament.
Het hof concludeerde dat de erfstelling aan de partner vervalt omdat de erflaatster ten tijde van haar overlijden niet samenwoonde in de nieuwe woning zoals bedoeld in het testament en samenlevingscontract. Hierdoor is de minderjarige dochter als enige erfgenaam aangemerkt. Tevens werd het beroep van de wettelijke vertegenwoordiger ontvankelijk verklaard en werden diverse vorderingen toegewezen en afgewezen conform de uitleg van het testament en het samenlevingscontract.
De kosten van het geding werden aan de partner opgelegd. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en deed nieuwe uitspraak over de erfopvolging en de verdeling van de gemeenschap.
Uitkomst: De erfstelling aan de partner vervalt omdat niet aan de voorwaarde van samenwoning in de nieuwe woning was voldaan; de minderjarige dochter is enige erfgenaam.