ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1325
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake verjaring en verzwijging bij inboedelverzekering
Appellante sloot in oktober 2004 een inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering af bij ABN AMRO. Na een brand in december 2006 keerde ABN AMRO een voorschot uit, maar stelde later dat appellante zich schuldig had gemaakt aan verzwijging van relevante informatie bij het aangaan van de verzekering. ABN AMRO zegde de verzekering op en vorderde terugbetaling van het voorschot en gemaakte kosten.
De rechtbank wees de vorderingen van appellante af en veroordeelde haar tot terugbetaling. Appellante ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de aanspraak op uitkering was verjaard en dat zij niet had verzwegen. Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn van zes maanden na afwijzing van de aanspraak was verstreken doordat appellante onvoldoende stuitingshandelingen had verricht.
Verder stelde het hof vast dat appellante het aanvraagformulier had ondertekend waarin zij verklaarde geen relevante omstandigheden te verzwijgen. Het hof verwierp haar stelling dat zij niet op de hoogte was van de vragenlijst en dat een functionaris deze had ingevuld. Het beroep van ABN AMRO op artikel 7:930 lid 4 BW Pro was terecht, waardoor appellante geen recht op uitkering had en het voorschot moest terugbetalen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellante tot terugbetaling van het voorschot en de proceskosten.