ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1691
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toepassing faciliteit artikel 18 Wet inkomstenbelasting wegens niet-naleving glijclausule
Belanghebbende bracht in 1993 en 1994 twee apotheken geruisloos in een besloten vennootschap in met toepassing van artikel 18 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Hierbij werd goodwill gewaardeerd volgens een formule, maar de Inspecteur stelde dat de werkelijke waarde lager was, wat door het Hof en later de Hoge Raad werd bevestigd.
Een glijclausule in de notariële akte voorzag in aanpassing van de inbrengwaarde bij een lagere fiscale waardering, maar belanghebbende heeft deze clausule niet uitgevoerd. De Inspecteur weigerde daarom de faciliteit toe te passen, omdat niet aan de zevende standaardvoorwaarde was voldaan dat aandelen a pari en volgestort moesten zijn.
Belanghebbende stelde dat alsnog aan de glijclausule kon worden voldaan, bijvoorbeeld door creditering in rekening courant of uitgifte van aandelen, maar het Hof oordeelde dat dit niet meer mogelijk was door eerdere kapitaalvermindering en opname van de creditering.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank dat de faciliteit van artikel 18 terecht Pro werd geweigerd en stelde het belastbaar inkomen vast op het door de Inspecteur berekende bedrag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de faciliteit van artikel 18 Wet inkomstenbelasting wordt terecht geweigerd wegens niet-naleving van de glijclausule.