ECLI:NL:HR:2007:BA6564
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over geruisloze inbreng apotheek en glijclausule
Belanghebbende bracht in 1993 en 1994 twee apotheken geruisloos in een besloten vennootschap in, waarbij de goodwill werd gewaardeerd volgens een formule en een accountantsverklaring. De Inspecteur legde een aanslag op omdat hij meende dat de aandelen niet volgestort waren, omdat de waarde van de goodwill lager was dan opgegeven.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde de aanslag aanzienlijk lager vast. Het verwierp het beroep op de glijclausule omdat het geen bonafide geval achtte. Belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte geen rekening hield met de glijclausule en dat bij een lager vastgestelde waarde de Inspecteur eerst moet nagaan of de glijclausule is uitgevoerd voordat hij de aanslag definitief vaststelt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en draagt de Inspecteur op opnieuw uitspraak te doen met inachtneming van deze overwegingen.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en bepaalt dat de Staat het griffierecht van belanghebbende vergoedt. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van artikel 18 Wet Pro IB 1964 en de rol van de glijclausule bij geruisloze inbreng.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en draagt de Inspecteur op opnieuw uitspraak te doen met inachtneming van de fiscale glijclausule.