ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1820
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake legitieme portie en inbreng schenkingen in nalatenschap
In deze civiele zaak staat het beroep op de legitieme portie centraal, waarbij de erfgenamen, de zussen, stellen dat hun broer onvoldoende heeft ingebracht in de nalatenschap van hun moeder. De kern van het geschil betreft de waarde van een woning in [plaats], de koopprijs die door de broer is betaald, en de vraag of eerdere schenkingen correct zijn verwerkt.
De rechtbank had eerder een lagere waarde van de nalatenschap vastgesteld en de vorderingen van de zussen afgewezen. In hoger beroep betwisten de zussen deze waardering en stellen dat de koopprijs te laag is vastgesteld en niet volledig is voldaan. Zij willen bewijs leveren dat de fiscus een naheffingsaanslag heeft opgelegd die wijst op een hogere waarde van de woning, en dat de broer de koopprijs niet heeft betaald.
De broer betwist deze stellingen en beroept zich op de echtheid van schriftelijke overeenkomsten, finale kwijting met betrekking tot de nalatenschap van de vader, en de redelijkheid van de koopprijs. Het hof oordeelt dat de koopprijs mogelijk te laag is en staat de zussen toe bewijs te leveren. Ook over de bankopnamen en mogelijke schenkingen bestaat discussie, waarbij het hof oordeelt dat de zussen onvoldoende gemotiveerd hebben dat er geen contante betalingen zijn gedaan door de moeder.
Het hof wijst de zussen toe om bewijs te leveren, benoemt een raadsheer-commissaris voor het horen van getuigen en houdt verdere beslissing aan. Partijen worden aangemoedigd om het resterende geschil in onderling overleg te regelen vanwege het beperkte belang en de kosten van bewijslevering.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor bewijslevering en benoemt een raadsheer-commissaris voor getuigenverhoor, met het oog op verdere behandeling.