ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2919
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.F.C. Spek
- P. van der Wal
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tijdigheid beroepschrift en hoogte aanslag inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende is tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2002, de heffingsrentebeschikking en de boetebeschikking in beroep gekomen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de aanslag en heffingsrente niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift na de beroepstermijn was ingediend. Belanghebbende stelde dat het beroepschrift wel tijdig ter post was bezorgd, wat de Inspecteur betwistte.
Het Hof oordeelde dat het poststempel van 19 februari 2007 het enige objectieve bewijs was en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift eerder ter post was bezorgd. Daarom was het beroep tegen de aanslag en heffingsrente terecht niet-ontvankelijk. Ten aanzien van het beroep tegen de boetebeschikking oordeelde het Hof anders: de Inspecteur had onvoldoende bewijs geleverd dat het beroepschrift niet tijdig was verzonden, waardoor het beroep tegen de boete ontvankelijk werd verklaard.
De inhoudelijke beoordeling van de boetebeschikking leidde tot de conclusie dat de boete terecht was opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte, het betrof een eerste verzuim en er waren geen verdere grieven. Het Hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de boetebeschikking betrof en verklaarde het beroep daarop ongegrond. De overige uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
De zaak werd zonder terugwijzing afgedaan omdat geen nadere behandeling nodig was. Het Hof constateerde een schending van het recht op een redelijke termijn, maar vond dat dit voldoende was gecompenseerd door de vaststelling van die schending. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen.
Uitkomst: Beroep tegen aanslag en heffingsrente niet-ontvankelijk, beroep tegen boetebeschikking ontvankelijk maar ongegrond verklaard.