ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5722
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Scheepswerf aansprakelijk voor saneringskosten waterbodemverontreiniging Industriehaven Harlingen
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 17 mei 2011 uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van scheepswerf Welgelegen c.s. voor de saneringskosten van de waterbodemverontreiniging in de Industriehaven te Harlingen. De Staat vordert vergoeding van de saneringskosten die verband houden met de bodemverontreiniging veroorzaakt door activiteiten van Welgelegen c.s. zonder de vereiste vergunning.
Na uitgebreid deskundigenonderzoek concludeerden de experts dat meer dan 90% van de verontreiniging in de havenbodem veroorzaakt is door de scheepswerfactiviteiten van Welgelegen c.s., waarbij alternatieve bronnen slechts een beperkte rol speelden. Welgelegen c.s. voerden onder meer aan dat een deel van de verontreiniging afkomstig was uit de Waddenzee (de zogenaamde knikkertheorie) en dat de kosten gematigd moesten worden op grond van het gelijkheidsbeginsel, mede vanwege een regeling met FSW.
Het hof verwierp deze bezwaren en oordeelde dat Welgelegen c.s. aansprakelijk zijn voor de volledige saneringskosten, verminderd met een bedrag aan besparingen op regulier onderhoudsbaggerwerk. De hoogte van de besparingen werd vastgesteld op circa €465.096,50, waarna de netto vordering van de Staat op Welgelegen c.s. werd vastgesteld op €1.196.544,08, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De grief over het gelijkheidsbeginsel faalde, evenals andere grieven, op grond van onvoldoende onderbouwing en feitelijke discrepanties.
De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 6:99 BW Pro voor milieuaansprakelijkheid en benadrukt het belang van gedegen deskundigenonderzoek en motivering bij complexe milieuproblemen.
Uitkomst: Welgelegen c.s. worden veroordeeld tot betaling van €1.196.544,08 aan saneringskosten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.